Op 8 oktober ging het Europees Stabiliteitsmechanisme officieel van start. Dit nieuw "fonds" moet het in 2010 gestarte tijdelijke noodfonds EFSF gaan vervangen. Er is echter een groot verschil: dit nieuwe fonds is permanent, heeft de macht om wanneer en zoveel het dat "nodig acht" geld op te vorderen* van de lidstaten en is bovendien nog immuun voor vervolging of controle ook**. Dit nieuwe "stabiliteitsmechanisme" komt kort na het inmiddels al beruchte pleidooi van Guy Verhofstadt voor de totale ontmanteling van de natiestaat ten voordele van een "eengemaakt Europa". In het Europees Parlement viel hij zwaar uit tegen eurofederalisten die niet ver genoeg gingen: ze pleitten immers voor een federatie van de lidstaten, terwijl Verhofstadt meent dat die lidstaten zélf moeten verdwijnen in een 'post-nationaal' Europa. Recent gaf hij met Daniel Cohn-Bendit (Europees fractieleider van de groenen) een boek daarover uit.

 

Dit nieuwe "Europeanisme" wordt in liberale en sociaal-democratische middens gepromoot als een progressief idee. Een stap in de 21ste eeuw. Nochtans is er buiten het wegvegen van staatsgrenzen en de nationale democratie niets dat in wezen zal 'vooruit gaan' behalve dat het zal dienen om het neoliberale beleid dat in de jaren tachtig werd aangevat te versterken en betoneren. Het ESM bijvoorbeeld heeft geen enkel ander doel dan de stabiliteit van het bestaande monetair en financieel stelsel te verzekeren, zoals het er gekomen is na de dereguleringen in de jaren tachtig en negentig. Anders gezegd: de macht van de banken onaangetast laten. Verhofstadt pleit ook niet voor een volwaardig wetgevend Europees Parlement maar wil de bureaucratieën in stand houden (EC, ECB, ESM) en zelfs extra macht geven. De EU is in volle ontwikkeling en "progresseert" met rasse schreden, maar wij zien daar geen progressieve evolutie in. De opzet van het ESM is bijvoorbeeld er voor te zorgen dat het monetair stelsel waar de euro een product van is gehandhaafd kan blijven. Iets wat onmogelijk is binnen een kader van soevereine natiestaten, want in zo'n kader zouden landen als Griekenland al lang komaf gemaakt hebben met heel de financiële elite en een nieuw, eigen monetair systeem hebben ingevoerd waar de financiële elites niet blij mee zouden zijn.

 

Een steeds weerkerend argument in het discours van dit ontluikende Europese crypto-imperialisme is dat de globalisering een schaalvergroting noodzakelijk maakt. Bij uitstek natuurlijk een uiting van het neoliberaal groeidogma, gedreven door een systeem dat agressief moet aan expansie doen om de eigen doodstrijd te ontduiken: meer, meer, meer, groter, groter, groter! De werkelijkheid werd echter omgedraaid. De politieke en economische schaalvergroting zijn er niet gekomen als politiek antwoord op een vermeende economische natuurwet. Ze

zijn het gevolg van politieke beslissingen die in de jaren tachtig de vrijmaking (deregulering) van de kapitaalmarkten hebben mogelijk gemaakt. Industrie en banksector kregen plots de hele wereld als speelterrein en gingen lageloonlanden gebruiken om te 'outsourcen' en de natiestaten ondergeschikt te maken aan de multinationals (waarvan er veel een omzet presteren die vandaag groter is dan het BNP van heel wat van die natiestaten).

 

Het ESM past volledig in dit verhaal, net als de andere bureaucratieën die de EU vorm geven. Achter het 'progressieve' discours van het eurofederalisme (dat voor Verhofstadt zelfs niet ver genoeg gaat) schuilt een bittere realiteit: de EU is bij uitstek een conservatief machtsinstrument.